Projectgegevens

Den Haag

m2/m1

Start bouw: 01/07/2016
Opgeleverd: 01/03/2017

Ander type

(Afvalbrengstation)

Hergebruik/herbruikbaarheid:
Componenten of elementen uit bestaande staalconstructies

Ruimtelijk-functionele doel:
Nieuwbouw met hergebruik elementen en materialen

Afvalbrengstation, Den Haag

Het hergebruik van stalen bouwdelen wint steeds meer terrein in de Nederlandse bouw. De wetenschap dat hergebruik van bouwdelen – nog meer dan het al gangbare recycling – milieuwinst oplevert, ziet zich onder meer bevestigd in het Rijksbrede Programma Circulaire Economie en het Nationale Grondstoffenakkoord, én in de groeiende ambitie van opdrachtgevers in de bouw om gebieden en gebouwen circulair te ontwikkelen. Zo’n opdrachtgever is de gemeente Den Haag. Deze gemeente kiest bijvoorbeeld nadrukkelijk voor circulariteit bij de grootschalige herontwikkeling van het oude bedrijventerrein De Binckhorst. Maar ook in meer kleinschalige bouwprojecten, zoals het Afvalbrengstation Den Haag.

De nieuwe milieustraat – een ontwerp van Wessel van Geffen architecten in samenwerking met Superuse Studios en het Ingenieursbureau Den Haag – is de uitkomst van het opnieuw gebruiken van bestaande bouwdelen zonder in te leveren op aspecten als ruimtelijke functionaliteit, geluidsisolatie en onderhoudsgemak. Sterker nog, het hergebruik geeft het gebouw extra kwaliteiten die juist op een stedelijke locatie, in dit geval de Uitenhagestraat vlakbij het stadscentrum, prima van pas komen.

Van autofabriek naar gebouw

Alle gevels van het gebouw zijn bekleed met voorgelakte, verzinkte en geperforeerde staalplaten, afkomstig van afgedankte auto’s. Wie deze zogeheten contourplaten van dichtbij bekijkt, herkent nog de snijresten die de autofabrikanten hebben achtergelaten. Vanuit elk gezichtspunt leveren de gevelplaten met hun wisselende perforaties een gevarieerd gevelbeeld op. Bovendien onderstrepen de hergebruikte staalplaten de functie van het gebouw: hier lever je je grofvuil in.

Delen van de gevels die zich in de buurt van woningen bevinden, zijn relatief gesloten gehouden om een te directe inkijk in het brengstation te voorkomen en overlast door stof en geluid voor de omwonenden tegen te gaan. Op andere plaatsen zijn de gevels juist meer open om de luchtkwaliteit in het gebouw op peil te houden.

De contourplaten zijn gemonteerd op eerder gebruikte damwandprofielen van Azobé-hout. Ditmaal zijn de profielen (uiteraard) verticaal toegepast en daarmee geven ze het gebouw tevens een meer verticale geleding. Daar waar de gevels geluidwerend moeten zijn, zijn achter de contourplaten verzinkt stalen sandwichpanelen met glasstroken aangebracht. De sandwichpanelen en het glas komen uit gesloopte gebouwen.

Kolomvrij interieur, gescheiden routes

De modulaire structuur van de gevels in combinatie met de ranke hoofddraagconstructie van nieuw staal maakt dat de ruimte in het afvalbrengstation geheel kolomvrij blijft en desgewenst gemakkelijk is aan te passen aan gewijzigd gebruik of een andere functie.

In het gebouw zijn de routes voor particuliere auto’s en het vrachtverkeer gescheiden. De verlaagde uitvoering van de vrachtverkeersruimte draagt bij aan de overzichtelijkheid van het gebouw. De inrit voor particulieren bevindt zich in de Uitenhagestraat, herkenbaar aan de luifel en het entreegebouw met naamsaanduiding.

Na vuilafgifte verlaat de automobilist het gebouw aan de Loosduinsekade. De invoegstrook tot de éénrichtingsrijbaan van deze verkeersweg maakt de bezoeker duidelijk dat dit uitsluitend een uitrit is, inrijden is hier onmogelijk zonder een verkeersovertreding te begaan.

Het gebouw is getooid met een ‘industrieel’ sheddak van staalplaat, voorzien van begroeiing en van PV-cellen voor de eigen energievoorziening. Het regenwater wordt opgevangen en hergebruikt, onder meer voor het schoonmaken van de rijbanen in het station.

Alternatieve ontwerproute

Voor het afvalbrengstation heeft Wessel van Geffen architecten een ander ontwerptraject doorlopen dan gebruikelijk. Het ruimtelijk-functioneel ontwerp is weliswaar ingegeven door de eisen en randvoorwaarden van de Gemeente Den Haag en de Haagse Milieu Service als gebruiker, de ‘standaard’ lay-out van afvalbrengstations in Den Haag en de gegeven (beperkte) afmetingen van het perceel. In zoverre wijkt het ontwerptraject niet af. De verschijningsvorm is echter niet bepaald door een opzet waaruit de materiaalkeuzes volgen, maar van meet af aan gedicteerd door de keuze voor hergebruik van bouwdelen en materialen. Het conventionele ontwerpproces is binnenstebuiten gekeerd: niet de vorm als startpunt voor de architectuur, maar de beschikbare, her te gebruiken materialen.

Projectpartners

Opdracht

Gemeente Den Haag

Architectuur

Wessel van Geffen architecten i.s.m. Superuse Studios

Constructief ontwerp

Ingenieursbureau Den Haag

Hoofduitvoering

Van Boekel Zeeland

Demontage

nvt

Staalconstructies

GS Staalwerken

Advies duurzaamheid

W/E Adviseurs

Overige partners

Tielemans Adviseurs (adviezen constructie), ABT (adviezen bouwkundige detaillering en installatietechniek) • W/E Adviseurs (adviezen duurzaamheid) • Floriaan (adviezen brandveiligheid)

Fotografie

Wessel van Geffen architecten, Gemeente Den Haag, Richard Mulder en Daria Scagliola.

Ervaringen projectpartners

Welke vorm van hergebruik/herbruikbaarheid van staal is in dit project (het meest) toegepast?
Componenten of elementen uit bestaande staalconstructies
Wat was het voornaamste, overkoepelende ruimtelijk-functionele doel van het hergebruik in het project?
Nieuwbouw met hergebruik elementen en materialen
Wat was de belangrijkste duurzaamheidsambitie of -motief voor hergebruik in het project?
Uit welke bron(nen) zijn de herbruikbare constructiedelen voornamelijk ‘geoogst’?
Donorskelet / sloopgebouw / -bouwwerk, Anders, namelijk...

Gevelbeplating bestaat uit restant-contourplaten uit de autoindustrie.

Was van de herbruikbare constructiedelen voldoende technische informatie beschikbaar?
Is bij het beoordelen van de constructiedelen op geschiktheid voor hergebruik, gebruik gemaakt van de 'NTA 8713 Hergebruik van constructiestaal'?
Nee
Hoe zijn de kwaliteiten / geschiktheid van de constructiedelen voor hergebruik beoordeeld?
Hebben de constructiedelen (bij DO of UO) nog bewerking/aanpassing ondergaan, t.b.v. het (veilig en verantwoord) hergebruik?
Ja, op kleine schaal (enkele elementen)
Is de ‘nieuwe’ constructie op zijn beurt geschikt voor hergebruik in de toekomst?
Ja.
Zijn de (technische) gegevens van de constructiedelen vastgelegd in een materialenpaspoort?
Nee.
Zijn de geometrie van de hergebruikte constructiedelen, de posities in de ‘nieuwe’ constructie en de relaties met andere constructiedelen opgenomen in een (collectief toegankelijk en toepasbaar) 3D-model?
Nee.