Projectgegevens

Hoogstraat 168-172/Vlasmarkt, Rotterdam

1.220 m2/m1

Start bouw: 01/01/2017
Opgeleverd: 01/10/2018

Ander type

(Winkelgebouw)

Hergebruik/herbruikbaarheid:
Componenten of elementen uit bestaande staalconstructies

Ruimtelijk-functionele doel:
Herindeling ruimten / plattegronden

Winkelpanden Hoogstraat 168–172, Rotterdam

Wat zou ’t toch mooi zijn als oudere, af te danken constructiedelen een nieuwe bestemming vinden in een nieuwe constructie. Goed voor het milieu, goed voor de portemonnee. Bij de herontwikkeling van drie oude winkelgebouwen in Rotterdam is de wensdroom uitgekomen.

De gevels van de drie geschakelde panden (Hoogstraat 168–172), afkomstig uit de wederopbouwperiode (jaren ‘40/’50) van de vorige eeuw, bezitten een bijzondere status en zijn bij de herontwikkeling dan ook gehandhaafd. De oorspronkelijke betonnen draagconstructies voldeden echter niet aan de veranderde eisen en maakten plaats voor staalskeletten met staalplaat-betonvloeren.

‘Tweedehands profielen’ hergebruikt

De kolommen zijn nieuw, maar alle liggers zijn onttrokken aan de constructies van sloopgebouwen. Na demontage uit de oude constructies – de ‘donorskeletten’ – zijn de liggers direct hergebruikt in de draagconstructies van de Rotterdamse retailgebouwen. In plaats van recycling (hergebruik als grondstof bij de fabricage van nieuw staal) beleven de oude constructiedelen nu een nog hoogwaardiger hergebruik: als bouwdeel, met nog grotere besparingen op grondstoffen, energie, emissies en hinder. Vooraf heeft constructeur IMd Raadgevende Ingenieurs nauwgezet onderzocht welke ‘tweedehands’ profielen zich lenen voor deze vorm van hergebruik. Uiteindelijk zijn zo’n 100 oude profielen verwerkt, in totaal zo’n 27 ton staal.

Op nieuwe winkelformules voorbereid

Decennia lang hebben de Hoogstraat-panden meerdere retailfuncties verenigd; van uiteenlopende kledingzaken tot en met de (inter)lokaal bekende snackbar van Bram Ladage. Anno nu is het winkelen, mede door de komst van online shopping, op een andere leest geschoeid. Daarom gaf architectenbureau Rijnboutt de bestaande bouw een volledig nieuwe invulling, die anticipeert op de hedendaagse, snel veranderende winkelformules.

De oorspronkelijke vijf bouwlagen zijn teruggebracht tot drie, hogere lagen met vrij indeelbare en gemakkelijk her in te delen plattegronden. Nieuwe roltrappen zorgen per pand voor de ontsluiting van de verdiepingen. De collectieve begane-grondvloer met nieuwe gezamenlijke entree brengt de drie geschakelde gebouwen ook ruimtelijk-functioneel bijeen. Sinds oktober 2018 zijn de drie panden weer volop in winkelfunctie.

Geen video beschikbaar

Projectpartners

Opdracht

Kroonenberg Groep

Architectuur

Rijnboutt

Constructief ontwerp

IMd Raadgevende Ingenieurs

Hoofduitvoering

Aannemersbedrijf van Alphen

Staalconstructies

J. Buijse & zn

Advies bouwfysica

M+P

Overige partners

Bureau Veldweg (advies brandveiligheid) • Dorine van Hoogstraten (erfgoedadvies) • BITB Projects (bouwdirectie en kwaliteitstoezicht)

Fotografie

Rijnboutt (impressies) • Foto's: Kees Hummel en IMd.

Ervaringen projectpartners

Welke vorm van hergebruik/herbruikbaarheid van staal is in dit project (het meest) toegepast?
Componenten of elementen uit bestaande staalconstructies
Wat was het voornaamste, overkoepelende ruimtelijk-functionele doel van het hergebruik in het project?
Herindeling ruimten / plattegronden
Wat was de belangrijkste duurzaamheidsambitie of -motief voor hergebruik in het project?

Aanzet geven tot het bouwen met tweedehands constructieve elementen, om zo de milieulast door bouwen te reduceren en gebouwen meer duurzaam te maken.
Het overgrote deel van de liggers en kolommen van de staalconstructie zijn afkomstig uit gesloopte gebouwen (donorskeletten). Ook de bestaande, vroeg-naoorlogse gevels zijn behouden.

Hoe is het zoeken en inventariseren van mogelijk herbruikbare staalconstructiedelen verlopen?

Destijds waren tweedehands profielen maar beperkt beschikbaar en moeilijk te vinden in de omgeving. Gedurende anderhalf jaar lukte het niet om een geschikt donorskelet te vinden. Ook een speurtocht naar ‘losse’ tweedehands staalprofielen leverde vrijwel geen resultaat op, voornamelijk omdat veel sloopbedrijven het staal direct afvoeren als schroot.
Door diverse sloopbedrijven te bellen met de vraag of zij op korte termijn een staalconstructie gaan slopen, dan wel in het bezit zijn van gebruikte staalprofielen, is uiteindelijk een bulk staalprofielen gevonden bij sloopbedrijf Struijk Groep in Krimpen aan de Lek. Dat bedrijf zag meerwaarde in hergebruik.
Uiteindelijk zijn aan verschillende donorgebouwen zo’n 100 profielen met een gezamenlijk gewicht van zo’n 27 ton onttrokken.

Uit welke bron(nen) zijn de herbruikbare constructiedelen voornamelijk ‘geoogst’?
Donorskelet / sloopgebouw / -bouwwerk
Was van de herbruikbare constructiedelen voldoende technische informatie beschikbaar?

Onbekend.

Is bij het beoordelen van de constructiedelen op geschiktheid voor hergebruik, gebruik gemaakt van de 'NTA 8713 Hergebruik van constructiestaal'?
Nee
Hoe zijn de kwaliteiten / geschiktheid van de constructiedelen voor hergebruik beoordeeld?

Een NTA 8713 met eenduidige beoordelingsrichtlijnen was ten tijde van dit project nog niet voorhanden. Met de gemeente Rotterdam, ook een belangrijke schakel in het toepassen van donorskeletten, zijn afspraken gemaakt over de kwaliteitsborging en rekenregels opgesteld voor het bepalen van belastingfactoren en staalspanningen. Daarnaast heeft constructeur IMd de kwaliteitsborging nader omschreven in het rapport ‘Procedure donorstaal’.

Hebben de constructiedelen (bij DO of UO) nog bewerking/aanpassing ondergaan, t.b.v. het (veilig en verantwoord) hergebruik?
Ja, op grote schaal (veel/de meeste elementen)
Hoe is het proces van demontage, transport en eventuele tussentijdse opslag van de constructiedelen in het algemeen verlopen?

Onbekend.

Is de ‘nieuwe’ constructie op zijn beurt geschikt voor hergebruik in de toekomst?
Ja.
Zijn de (technische) gegevens van de constructiedelen vastgelegd in een materialenpaspoort?
Ja.
Zijn de geometrie van de hergebruikte constructiedelen, de posities in de ‘nieuwe’ constructie en de relaties met andere constructiedelen opgenomen in een (collectief toegankelijk en toepasbaar) 3D-model?
Ja.
In welke mate is binnen uw project sprake geweest van dit onderstaande ‘material driven design’? En hoe heeft u dat beleefd?

Doorgaans wordt een constructie ontworpen op basis van constructieve randvoorwaarden, bij dit project is de beschikbaarheid van toe te passen profielen leidend geweest. Met die beschikbaarheid moet de constructeur creatief omgaan. Een voorbeeld hiervan is de vorkligger. Bij een nieuwe constructie kan simpelweg een grotere ligger worden verkozen. Zo’n ligger was binnen de donorskeletten niet voorradig. Daarom is ervoor gekozen om drie lichtere profielen met elkaar te verbinden tot een vork.

Heeft u nog aanvullende opmerkingen of suggesties?

Dit project heeft geleid tot de nodige kennis over hergebruik van constructieve elementen en heeft een aanzet gegeven om er meer gebruik van te maken. Nu zijn bij diverse projecten de verrassende en positieve resultaten te zien. Dit alles met het oog op het reduceren van de milieulast die onze behoefte aan bouwen nu eenmaal met zich meebrengt.