Projectgegevens

Bovendijk 191, Overschie, Rotterdam

2.400 m2/m1

Start bouw: 01/04/2023
Opgeleverd: 01/02/2024

Bedrijfshal, Onderwijsgebouw

Hergebruik/herbruikbaarheid:
Bestaande constructies

Ruimtelijk-functionele doel:
Pilot / proef in de praktijk

Documenten

De HER, Rotterdam

In 2030 wil de gemeente Rotterdam het huidig gebruik van primaire grondstoffen, onder meer door de bouwsector, met de helft hebben teruggebracht. En in 2050 zou dat 100% moeten zijn. Circulair bouwen is daartoe (uiteraard) een probaat middel. Om het circulair bouwen op gemeentegrond gemeengoed te laten worden, initieert Rotterdam ‘circulaire pilotprojecten’. Een daarvan, meteen een zeer omvangrijke, is in februari 2024 afgerond: De HER, naar gezamenlijk ontwerp van Jeroen Grosfeld (N3O) en Marc Verheijen (Ingenieursbureau Gemeente Rotterdam).

De HER is het circulaire centrum van het gemeentelijk milieupark in de wijk Overschie, aan de noordelijke rand van Rotterdam. Sinds 1 april 2025 kunnen wijkbewoners in dit park hun grof afval inleveren of doneren. In De HER kunnen ze zien, horen en ervaren wat circulariteit en in het bijzonder upcycling en hergebruik inhouden. Daartoe beschikt het langgerekte, tweelaagse complex over ruimten voor werkplaatsen van bedrijven in de circulaire maakindustrie en voor educatieve doeleinden. Zo kunnen scholieren en studenten er leer/werktrajecten doorlopen of onderzoek doen. Passend bij deze functie is het gebouw zelf ook een toonbeeld van circulariteit.

De HER is uitgevoerd in flexibele modules, zoveel mogelijk opgebouwd en afgewerkt met eerder gebruikte materialen. Ook de stalen hoofddraagconstructie is ‘tweedehands’. Nagenoeg alle onderdelen van de drager zijn afkomstig van de staalconstructie van het voormalige TNO-MEC laboratorium in Delft. Dit ‘donorgebouw’ dateert van 1999 en is in 2013 uitgebreid. Daarbij is rekening gehouden met mogelijk latere demontage voor hergebruik. Uiteindelijk is dat in 2023 gebeurd, waarna de onderdelen tijdelijk in Rotterdam in opslag zijn gegaan.

Inventariseren, controleren, modelleren, optimaliseren

In samenspraak met het ontwerpteam heeft IMd Raadgevende Ingenieurs de herbruikbaarheid van de bestaande staalconstructie in kaart gebracht. Om onder meer de capaciteit van de gedemonteerde onderdelen te bepalen, is de staalconstructie van het TNO-gebouw in 3D gemodelleerd. Vervolgens is het constructief ontwerp van De HER geoptimaliseerd zodat bestaande elementen zonder al te veel aanpassingen inzetbaar zijn. De vrijgekomen elementen zijn visueel geïnspecteerd op eventuele beschadigingen en corrosie, en getoetst op sterkte voor hun nieuwe functie.

Op de constructiedelen, inclusief bestaande (las)verbindingen, heeft Vic Obdam Staalbouw nog materiaaltests uitgevoerd (onder meer om de staalkwaliteiten te controleren) en de elementen gelabeld en opgenomen in de modellen. Hierdoor is de afkomst van een element uit de oorspronkelijke constructie altijd te achterhalen en wordt duidelijk of een verbinding vervanging verdient.

Anders ontwerpen en bouwen

Bouwen met eerder gebruikte elementen is een ándere manier van bouwen en vraagt (daarmee) ook om een andere manier van ontwerpen. Het gebruikelijke, lineaire ontwerp- en bouwproces is – kort gesteld – geënt op een concept met nieuwe, doorgaans gestandaardiseerde bouwproducten die een ‘vaste’ kwaliteit en toepasbaarheid hebben en ‘uit voorraad leverbaar’ zijn.

Reeds gebruikte materialen liggen niet kant-en-klaar in de schappen; ’t is vaak maar de vraag waar ze zijn en in welke hoeveelheden en kwaliteiten. In plaats van inkopen vóór aanvang van de bouw, op basis van een bestek, moet je de materialen oogsten: zoeken, vinden en beoordelen, voordat je kunt gaan ontwerpen.

In een ontwerpproces op basis van hergebruik staat vanaf dag één de beschikbaarheid van herbruikbare materialen centraal. Goede coördinatie en timing spelen daarbij een cruciale rol. Heb je eenmaal een partij prima herbruikbare tweedehands elementen getraceerd, dan moet je de aankoop niet uitstellen tot de eindfase, om er dan achter te komen dat ze ondertussen toch aan een ander zijn verkocht. Koop je in de beginfase in, nog voordat het concept voldoende doordacht is, dan doe je misschien een desinvestering. En natuurlijk wil je geen ontwerp dat een compromis is van elementen uit verschillende donor-bronnen.

Opnieuw herbruikbaar

Voor de constructie van De HER was de beschikbaarheid van de constructie van het voormalige TNO-laboratorium in Delft dan ook een uitkomst: een complete constructie die zich relatief eenvoudig, schadevrij heeft laten demonteren, waarna de vrijgekomen delen over een afstand van slechts 7 km naar de projectlocatie zijn getransporteerd.

Bovendien waren de benodigde gegevens van de constructie-onderdelen al vastgelegd in een materialenpaspoort. Na verwerking in de ‘nieuwbouw’ is dit materialenpaspoort geactualiseerd. En zo is De HER in de toekomst, indien gewenst, ook weer efficiënt en effectief te demonteren voor herbouw op een andere locatie of hergebruik van de elementen in nieuwe projecten.

Projectpartners

Opdracht

Gemeente Rotterdam

Architectuur

Jeroen Grosfeld (N3O architecten) en Marc Verheijen (Ingenieursbureau Gemeente Rotterdam)

Constructief ontwerp

IMd Raadgevende Ingenieurs en BAM Advies & Engineering

Hoofduitvoering

BAM Bouw en Techniek – Integrale Projecten

Demontage

nvt

Staalconstructies

Vic Obdam Staalbouw

Advies bouwfysica

DGMR

Installatietechniek

BAM

Overige partners

Interieurontwerp: N3O • Landschapsontwerp: Gemeente Rotterdam • Projectmanagement/-advies: BOOT • Andere projectpartners: Adex Groep, BAM Modulair, BBN Adviseurs, Bende, GKB, Murre – De Visser, Orange Climate, Peinemann, Prince Cladding Obdam, Retro Bridge, Roelofs, Sweco, Van Delft Groep, Van der Padt Deuren, Yuverta, Werkse!

Fotografie

• Foto's: Rotterdam Circulair, Jan van der Meijde, Abelen Architectuur, BAM, IMd en Bouwen met Staal • • Impressies: N3O • Model: Vic Obdam

Ervaringen projectpartners

Welke vorm van hergebruik/herbruikbaarheid van staal is in dit project (het meest) toegepast?
Bestaande constructies
Wat was het voornaamste, overkoepelende ruimtelijk-functionele doel van het hergebruik in het project?
Pilot / proef in de praktijk
Wat was de belangrijkste duurzaamheidsambitie of -motief voor hergebruik in het project?
Uit welke bron(nen) zijn de herbruikbare constructiedelen voornamelijk ‘geoogst’?
Was van de herbruikbare constructiedelen voldoende technische informatie beschikbaar?
Is bij het beoordelen van de constructiedelen op geschiktheid voor hergebruik, gebruik gemaakt van de 'NTA 8713 Hergebruik van constructiestaal'?
Ja, integraal en vanaf de vroegste ontwerpfase, als een soort leidraad
Hoe zijn de kwaliteiten / geschiktheid van de constructiedelen voor hergebruik beoordeeld?
Hebben de constructiedelen (bij DO of UO) nog bewerking/aanpassing ondergaan, t.b.v. het (veilig en verantwoord) hergebruik?
Nee, niet of nauwelijks
Is de ‘nieuwe’ constructie op zijn beurt geschikt voor hergebruik in de toekomst?
Nee.
Zijn de (technische) gegevens van de constructiedelen vastgelegd in een materialenpaspoort?
Nee.
Zijn de geometrie van de hergebruikte constructiedelen, de posities in de ‘nieuwe’ constructie en de relaties met andere constructiedelen opgenomen in een (collectief toegankelijk en toepasbaar) 3D-model?
Nee.