Projectgegevens
Verlengde Wassenaarseweg, Oegstgeest
6.2 m2/m1
Start bouw: 01/12/2019
Opgeleverd: 01/05/2021
Kantoor, Laboratorium / onderzoeksgebouw
Hergebruik/herbruikbaarheid:
Bestaande constructies
Ruimtelijk-functionele doel:
Tijdelijke nieuwbouw
Biopartner 5, Oegstgeest
Biopartner 5 – een ontwerp van Popma ter Steege Architecten – is het vijfde onderzoeksgebouw van Biopartner Center Leiden. Verrezen de vier voorgangers op het Leiden Bio Science Park, gebouw 5 bevindt zich op een deels nog onontgonnen terrein in Oegstgeest, als een eerste exponent en aanjager van de plaatselijke campus-community én stimulator van een duurzame, circulaire invulling van het gebied. De hoofddraagconstructie van het nieuwe gebouw is nagenoeg geheel opgebouwd uit de onderdelen van de staalconstructie van het nabijgelegen, voormalige Gorleaus laboratorium.
Naast laboratoria en kantoorruimten voor startende ondernemingen biedt het 6.200 m2 grote Biopartner 5 een assortiment aan faciliteiten: van restaurant en vergadercentrum tot terras en wintertuin. De gelaagde gebouwopzet legt de basis voor gemengd gebruik door zowel high- als lowtech bedrijven. Via transparante stroken in alle gebouwgevels houden de werkomgeving en het omliggende landschap voortdurend voeling met elkaar. Zo werpt het gebouw zich op als de ‘hot spot’ en ‘huiskamer’ van de nieuwe campus.
Circulair doneren
De hoofddraagconstructie bestaat vrijwel geheel uit de onderdelen van de staalconstructie van het vroegere Gorleaus laboratorium. Het authentieke staal (in totaal zo’n 165.000 ton) is voorzien van een coating en opnieuw in het zicht toegepast. Hierdoor leeft het karakter en de geschiedenis van de inmiddels verdwenen oudbouw voort in de nieuwbouw.
De constructie van Biopartner 5 is bovendien zó ontworpen en gedetailleerd dat ook déze constructie later, indien nodig, weer gemakkelijk kan worden gedemonteerd en hergebruikt. Zo blijft de staalconstructie in de kringloop, noem ’t circulair doneren.
Uitdagingen voor de toekomst
Biopartner 5 kan de boeken in als een geslaagde, grootschalige toepassing van het concept ‘donorskelet’. Maar zeker omdat ’t hier gaat om de éérste, grootschalige toepassing in ons land, zijn er nog wel belangrijke uitdagingen te overwinnen, constateert ook IMd dat als constructief adviseur in het project actief is geweest.
Zo’n uitdaging is de afstemming tussen vraag en aanbod van donorskelet-onderdelen. Veel gedemonteerde bouwkundige en installatietechnische elementen zijn relatief kleinschalig en kunnen daardoor vrij eenvoudig tijdelijk in opslag worden genomen, bij bijvoorbeeld de leverancier of producent. Bij grote en zware onderdelen van bijvoorbeeld draagconstructies, gevels en daken is dat vaak nog lastig.
Een tweede uitdaging is een financiële. Op zich is het demonteren van bouwdelen, ofwel ‘circulair slopen’, doorgaans duurder dan het traditioneel slopen van een pand. Het perspectief ligt in het besef dat de overall waarde van demontage én hergebruik uiteindelijk een stuk groter is. De totale bouwkosten van demontage en re-montage kunnen minstens zo gunstig uitvallen als bij gangbare sloop en nieuwbouw, zeker bij een hoge prijsstelling van nieuwe bouwmaterialen.
Minstens zo belangrijk zijn de forse milieubesparingen. Bij hergebruik van bestaande elementen zoals kolommen, liggers en vloerplaten, bespaar je –vergeleken met de productie van nieuwbouwelementen – flink op grondstoffen, energie, emissies en hinder. Bereken je de milieukosten van beide varianten over de gehele levensduur van de elementen, dan komt het donorskelet als de meest aantrekkelijke optie uit de bus, verwacht IMd.
Gevarieerd hergebruik
Behalve de oorspronkelijke constructie hebben nog veel meer restmaterialen uit het donorgebouw een nieuw heenkomen gevonden in Biopartner 5. Zo zijn de schanskorven in de plint van het gebouw gevuld met het bouwpuin uit het Gorlaeus lab. Daarboven zijn de gevels van de twee verdiepingen van houtskeletbouw.
Het bouwpuin is ook vervat in zakjes met zaden waaruit de inheemse planten van de tuinen kunnen ontspringen. Het vele kalk in het bouwpuin is een voedingsstof voor de natuur. Voor de vloer van de kas bij de entree zijn oude straatstenen en tegels hergebruikt. En ook elders in het interieur zijn allerhande tweedehands materialen te vinden, van panelen uit kringloopmeubelen op de uitgiftebalie van de kantine tot en met rest-tapijttegels in het vergaderpaviljoen.
Dankzij het grootschalig hergebruik van bestaande constructie- en bouwmaterialen is Biopartner 5 ‘Paris Proof’. De materiaalgebonden CO2-emissie bij dit gebouw blijft met 212 kg CO2 per vierkante meter gebouw onder het toegestane maximum van 250 kg CO2 per vierkante meter gebouw, zo heeft duurzaamheidsadviseur NIBE berekend. De totale CO2-emissie komt ongeveer 40 procent lager uit dan gemiddeld in de actuele bouwpraktijk.
Projectpartners
Opdracht
Biopartner Center Leiden
Architectuur
Popma ter Steege Architecten
Constructief ontwerp
IMd Raadgevende Ingenieurs
Hoofduitvoering
De Vries en Verburg
Demontage
Gorleas laboratorium: Beelen Next
Staalconstructies
Vic Obdam Staalbouw
Advies duurzaamheid
Deerns
Advies bouwfysica
Deerns
Installatietechniek
Deerns
Overige partners
Vastgoedontwikkeling en projectmanagement: Stone 22 • Advies bouwkosten: IGG bouweconomie • Landschapsontwerp: Lodewijk Baljon Landschapsarchitecten
Fotografie
Impressies: Popma ter Steege Architecten • Foto’s: René de Wit (oplevering), Stijn Poelstra (ruwbouw)
Ervaringen projectpartners
Vorm, doel en duurzaamheidsambitie
Welke vorm van hergebruik/herbruikbaarheid van staal is in dit project (het meest) toegepast?
Wat was het voornaamste, overkoepelende ruimtelijk-functionele doel van het hergebruik in het project?
Wat was de belangrijkste duurzaamheidsambitie of -motief voor hergebruik in het project?
Duurzaam icoon maken.
Oogsten
Hoe is het zoeken en inventariseren van mogelijk herbruikbare staalconstructiedelen verlopen?
Donorpand beschikbaar op universiteitsterrein Leiden vlakbij nieuwbouwlocatie.
Uit welke bron(nen) zijn de herbruikbare constructiedelen voornamelijk ‘geoogst’?
Beoordelen
Was van de herbruikbare constructiedelen voldoende technische informatie beschikbaar?
Bestaande tekeningen. Daarnaast zijn materiaaltests gedaan.
Is bij het beoordelen van de constructiedelen op geschiktheid voor hergebruik, gebruik gemaakt van de 'NTA 8713 Hergebruik van constructiestaal'?
Hoe zijn de kwaliteiten / geschiktheid van de constructiedelen voor hergebruik beoordeeld?
Visuele inspectie, controle staalkwaliteiten en rekenkundige toetsing.
Hebben de constructiedelen (bij DO of UO) nog bewerking/aanpassing ondergaan, t.b.v. het (veilig en verantwoord) hergebruik?
Met name ten behoeve van verbindingen.
Demonteren
Hoe is het proces van demontage, transport en eventuele tussentijdse opslag van de constructiedelen in het algemeen verlopen?
Over het algemeen goed. Aandachtspunt opslag: recht neerleggen en voldoende ondersteund.
Is de ‘nieuwe’ constructie op zijn beurt geschikt voor hergebruik in de toekomst?
Ontworpen met demontabele verbindingen.
Documenteren
Zijn de (technische) gegevens van de constructiedelen vastgelegd in een materialenpaspoort?
Mij onbekend.
Zijn de geometrie van de hergebruikte constructiedelen, de posities in de ‘nieuwe’ constructie en de relaties met andere constructiedelen opgenomen in een (collectief toegankelijk en toepasbaar) 3D-model?
Dit model is niet publiekelijk toegankelijk.
Ontwerpproces
In welke mate is binnen uw project sprake geweest van dit onderstaande ‘material driven design’? En hoe heeft u dat beleefd?
Nagegaan wat beschikbaar was en daar zijn stramienen op aangepast.
Bij het ontwerpen o.b.v. hergebruik is een doelmatige samenwerking tussen verschillende disciplines essentieel. Hoe is die samenwerking in uw project georganiseerd en wat zijn daarbij uw bevindingen?
Intensieve samenwerking tussen architect en constructeur. Staalleverancier zo vroeg mogelijk betrekken in verband met mogelijkheden nieuwe verbindingen en ook demontage van bestaande verbindingen.
Aanbevelingen en aanvullingen
Heeft u – op grond van uw kennis en ervaringen in het project – aanbevelingen of tips voor vakgenoten of andere betrokkenen bij toekomstige hergebruiksprojecten?
Zie het artikel in het vakblad Bouwen met Staal, december 2021. Integraal samenwerken is noodzakelijk, evenals een gecommitteerde opdrachtgever.